Geschiedenis
WIERINGERMEER – In de herfst van 1931 solliciteert Jan Petrus Dieleman bij de Wieringermeerdirectie. Samen met zijn vrouw Adriana Levina de Hamer en hun twee zonen Bram en Jan vertrekken zij vanuit Biervliet, Zeeuws-Vlaanderen naar de nieuwe Zuiderzeepolder. De reis duurde drie dagen.
Jan ging als karteerder aan de slag bij de Landbouwcultuurmaatschappij en later als bedrijfsleider. In 1935 werd hem een bedrijf op kavel D85 aan de Koggenrandweg toegewezen. Voor die tijd een grote boerderij, maar met 2 opgroeiende zoons zag hij het wel zitten. Inventaris werd er aangeschaft waaronder ook werkpaarden. Deze werden vooral in Zeeland gekocht. ‘Belgen’ van goede afstammeling en kwaliteit. Ook werden er diverse hengsten aangeschaft en het fokken kon beginnen. Er werd met de hengst in een 4-wielige kar ervoor rondgereden, dus bij de boeren langs om hun merries te dekken. Hier werden goede resultaten mee geboekt.
In de beginjaren waren er meer topfokkers waaronder, de uit Gelderland afkomstige, H.J.A. Hakvoort die grote naam had gemaakt als hengstenopfokker. Maar de meeste waren zonen van bekende fokkers uit Zeeuws-Vlaanderen. W. de Feijter uit Hontenisse nam goede fokmerries mee en M.I.C. Kerckhaert uit Nieuw Namen bouwde ook een mooie fokstal op. Jan Dieleman heeft toch het meeste bereikt met zijn vier hengsten: Henk Edgard, Klaas en Hautain. Er werden vele prijzen mee gewonnen.
Na de mechanisatie van de landbouw is er weinig meer overgebleven van de fokstallen.
Bijdrage: Historisch Genootschap Wieringermeer/Ina Hoogenbosch-Glas