DEN OEVER – De reporter mocht dit keer over de (oude) gemeentegrens voor het interview met de hoofdpersoon voor De Hete Aardappel. Naar Den Oever zelfs. Doorgeefster Gitte Lont had hoefsmid Marcel Buchter aangereikt voor een interview. Het contact was al gelegd op de boerderij aan de Oosterkwelweg. Na het gesprek met Gitte werden er namelijk foto’s gemaakt in de schuur. Marcel was daar druk bezig met het bekappen van de paarden. Er is toen gelijk een actiefoto gemaakt en de contactgegevens werden uitgewisseld. Nu, een aantal weken later, was het zover. Na een belletje met Marcel (67) kon er een afspraak worden gemaakt aan de IJsselmeerstraat in het mooie dorp.
Marcel steekt van wal: “Ik ben geboren in Amsterdam Zuid. Ik ging daar naar de lagere school, een katholieke, kreeg daar nog les van de nonnetjes. Een prachtige ouderwetse locatie, mét binnenplaats. Al op jonge leeftijd was ik zeer geïnteresseerd in paarden en de verzorging daarvan. Ik had op 11-jarige leeftijd al tegen mijn ouders gezegd dat ik hoefsmid wilde worden. Dat vonden ze eigenlijk niet zo’n goed idee. Een zwaar beroep en voor je het weer kon je een trap krijgen. Het idee bleef in mijn hoofd zitten. Mijn ouders en mijn zus hadden helemaal niks met paarden, ik weet ook niet hoe het paardenvirus bij mij is ontstaan.

Marcel wist op jonge leeftijd al dat hij hoefsmid wilde worden (foto aangeleverd)
Na de lagere school ging ik eerst naar de Lagere- en daarna naar de Middelbare Landbouwschool. In Hoorn, dus elke dag met de trein op en neer. Toen ik 18 was kon ik fulltime stagelopen bij de hoefsmid, meneer Huiberts, in de Jordaan. Hij had het bedrijf overgenomen van zijn vader. Er waren toen wel meerdere hoefsmeden in en rond Amsterdam. Er waren ook veel maneges. Er was genoeg werk en ook de bereden politie zat er vlak kom de hoek. Met 32 paarden. Aan animo dus geen gebrek. Op mijn 19e heb ik een jaar de opleiding tot hoefsmid gevolg aan de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht.

Marcel in actie tijdens een Westernwedstrijd (foto aangeleverd)
Ik had zelf ook een aantal paarden, die waren dan bij anderen gestald. Ik ging er dan heen om paard te rijden en heb er ook wel achteraan gereden met de sulky. Ik wilde graag zelf een boerderij waar ik dan paarden kon houden. Dat lukte. Ik kwam terecht in Egmond. Vanuit Egmond werkte ik eerst nog voor mijn baas Huiberts. Doordat er veel Egmonders doorhadden dat ik hoefsmid was kreeg ik veel lokale klandizie. Dat gaat echt van mond-tot-mond. Ik ben toen gestopt met de werkzaamheden in Amsterdam.
Van jongs af aan was ik zeer geïnteresseerd in westerns. Ik zal weinig van de serie Rawhide hebben gemist. Prachtig met die cowboyhoeden, Amerikaanse zadels en de hele entourage. In Noord-Holland was dat nog niet zo bekend en ben er gewoon mee begonnen, westernwedstrijden. Van het één kwam het andere en zo heb ik mijn vrouw Ariette, afkomstig uit Zijpe, ook een groot paardenliefhebber, leren kennen.

Marcel is een vaste gast bij menig paardenhouder (Foto: Ton van Oers/De Wieringermeerder)
Na de Egmond-periode verhuisden we naar Wieringerwaard. Daar vernamen we dat de hoefsmid in de Wieringermeer was overleden. Ik kreeg veel aanvragen om langs te komen en ook vanuit de manege Slootdorp werd er indertijd een beroep op me gedaan. Zoveel hoefsmeden zijn er tegenwoordig niet meer. We gingen weer verhuizen, naar een boerderij aan de Nieuwesluizerweg te Slootdorp. Met paardenboxen en land. De klanten kwamen met hun paard langs of ik ging naar de klanten toe.

Het prachtige diploma hangt in de werkplaats (Foto: Ton van Oers)
We hebben 17 jaar lang westernwedstrijden gehouden, in de manege te Middenmeer. Het was toen heel populair. Er kwamen zelf liefhebbers uit Duitsland en België om mee te doen. We hebben zelf een aantal keer meegedaan aan het Europees Kampioenschap in Deurne. In 2001 en 2002 werden we zelfs Europees Kampioen met de beste Westerncombinatie. Zo’n 9 jaar geleden wilden we het eigenlijk wel een beetje rustiger aan doen.

Voor hoefijzers groot en klein, moet uw paard bij Marcel zijn (Foto: Ton van Oers)
De boerderij aan de Nieuwesluizerweg werd verkocht en we konden een mooie woning in Den Oever betrekken. Het moest wel een vrijstaand huis zijn met een flink breed oprijpad. We hebben alle twee niet al te kleine auto’s namelijk. De paarden zijn niet meegegaan.
Op dit moment ben ik nog fulltime aan het werk. Bij sommige klanten kom ik al 40 jaar. Dan heb ik indertijd de paarden van opa verzorgd en nu dan die van kleindochter. Het is nog steeds een prachtig beroep, ook al wordt het wel wat zwaarder allemaal. Maar, “Een beetje bukken houd je nederig”, nietwaar?
We hebben het geweldig naar ons zin hier in Den Oever, het voelde gelijk als een warm bad. De mensen zijn aardig, het is gezellig en we hebben hier alle winkels die we nodig hebben. We doen ook nog wel andere dingen. Ik kan maximaal drie weken achter elkaar vrij nemen, mijn klanten, en hun paarden, kunnen me niet langer missen. We kunnen in die periode, vaak in de winter, dan mooi met de camper op vakantie. Zo zijn we al naar Spanje, Schotland, Duitsland en Noorwegen geweest, heerlijk. En als de camper niet wordt gebruikt staat deze in de schuur van, uiteraard, een paardenman waar ik al jaren over de vloer kom!

Marcel met aambeeld (Foto: Ton van Oers)
Ik nomineer voor de volgende Hete Aardappel: Sjaak Tichem. Ook hem hebben we leren kennen uit de paardenwereld”.